2e voorstel van wijziging

In het wetsvoorstel, zoals gewijzigd door de tweede nota van wijziging, kreeg iedereen de mogelijkheid om op zijn of haar pensioeningangsdatum ervoor te kiezen de uitbetaling van een bedrag ineens uit te stellen tot de maand februari van het jaar volgend op het jaar waarin hij of zij AOW-gerechtigd zou worden (hierna ‘de uitbetalingsmaand februari’). Het was hierbij niet relevant hoe oud de deelnemer was op pensioeningangsdatum, ook 62-jarigen of 65-jarigen die (vrijwillig of verplicht) met pensioen gingen, konden van deze uitstelmogelijkheid gebruikmaken.

Deze opzet leidde tot bezwaren van pensioenuitvoerders. Want hoe meer tijd er tussen de pensioeningangsdatum en de uitbetalingsmaand februari zit, des te groter is de kans op tussentijdse gebeurtenissen in de privésfeer (bijvoorbeeld scheiden) of ontwikkelingen van het pensioen (bijvoorbeeld indexeren of korten). Het verwerken van dergelijke wijzigingen (herberekeningen uitvoeren) en het goed informeren over risico’s van keuzes is erg belastend voor de pensioenuitvoering en de stijgende uitvoeringskosten die dat met zich mee brengt zijn niet in het belang van deelnemers.

Tevens kan (in het kader van doelvermogen) het voor de deelnemers lastiger zijn om een goede afweging te kunnen maken naarmate de periode tussen de keuze en de daadwerkelijke uitbetaling van een bedrag ineens langer is. Het risico dat in de tussenliggende periode iets gebeurt waardoor deelnemers toch niet van het bedrag ineens kunnen genieten zoals ze zich dat hadden voorgesteld, wordt ook groter naarmate het langer duurt voordat het daadwerkelijk wordt uitbetaald.

Aanpassing

De oplossing voor het hiervoor geschetste probleem is gevonden in het zo veel mogelijk verkleinen van de periode die kan zitten tussen pensioeningang en het tweede uitbetalingsmoment oftewel de uitbetalingsmaand februari. Dat heeft gevolgen voor de omvang van de groep die gebruik kan maken van de mogelijkheid om een bedrag ineens later uit te laten betalen. Niet alle deelnemers kunnen deze uitstelmogelijkheid krijgen. Het belangrijkste aandachtspunt bij de begrenzing van de doelgroep is de gelijke behandeling van de deelnemers. Dit wordt hierna toegelicht.

 

AOW-verjaardag

De minister heeft ervoor gekozen om specifiek voor de opgeworpen “geboortedatumproblematiek” een oplossing te zoeken. Hij heeft zich op deze specifieke groep gericht, omdat mensen zelf geen invloed hebben op het moment waarop zij AOW-gerechtigd worden; de AOW-datum is een gegeven en de bijbehorende AOW-premie die iemand in het jaar waarin diegene AOW-gerechtigd wordt over een bedrag ineens verschuldigd is, is ook een gegeven.

 

Uitsluitingen

In een jaar voorafgaand aan het jaar waarin iemand AOW-gerechtigd wordt, geldt het vlakke algemene AOW-tarief gedurende het hele jaar. Er is derhalve géén onderscheid in het verschuldigde percentage AOW-premie in een dergelijk jaar dat kan worden teruggevoerd op een verschil in de geboortedatum. Deelnemers die met pensioen gaan in een dergelijk jaar, vallen daarom buiten de geschetste “geboortedatumproblematiek”. De mogelijkheid van het tweede uitbetalingsmoment zal daarom voor hen niet beschikbaar komen.

 

Gewijzigd voorstel

Om het voorstel voor de doelgroep in lijn te brengen met gelijke behandelingswetgeving zal de uitstelmogelijkheid beschikbaar komen voor personen die op de AOW-leeftijd met pensioen gaan. Dat kan in de maand van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd zijn (eerste dag van die maand of exact op de AOW-gerechtigde leeftijd), of de eerste dag volgend op die maand. Op deze manier hoeft iemand die later in het jaar AOW-gerechtigd wordt en dan met pensioen gaat zich qua AOW-premiebetaling over een bedrag ineens niet benadeeld te voelen ten opzichte van iemand die vroeg in het jaar AOW-gerechtigd wordt. Alle mensen die met pensioen gaan op het moment dat zij AOW-gerechtigd worden, worden op dezelfde manier behandeld en krijgen allemaal de uitstelmogelijkheid voor de betaling van een bedrag ineens.

De keerzijde van de beperking van de doelgroep – wat dus noodzakelijk is om de complexiteit voor de uitvoering te verminderen - is dat deelnemers die vrijwillig of verplicht (in verband met vaste pensioenleeftijd, waarbij geen mogelijkheid bestaat om uit te stellen) met pensioen gaan voorafgaand aan de maand waarin zij AOW-gerechtigd worden toch geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om de uitbetaling van het bedrag ineens uit te stellen. Bij een keuze voor een bedrag ineens komt in dat geval het bedrag ineens tot uitkering op de pensioeningangsdatum. Dit geldt overigens ook voor diegenen die met pensioen gaan op de eerste dag volgend op  de maand waarin zij AOW-gerechtigd worden.

 

 

Bron: Rijksoverheid